stotteren kinderen

Het liefst helpen we iedereen die stottert. Maar jeugdige stotteraars verwijzen we graag naar de Nederlandse Vereniging voor Stottertherapie (NVST). Voor kinderen is het McGuire Programma minder geschikt, simpelweg omdat we lange dagen maken tijdens de cursussen en ons programma is toegespitst op (jong)volwassenen. Wanneer uw kind stottert, raden we aan om contact op te nemen met een stottertherapeut die is aangesloten bij de NVST. Dit zijn bekwame en ervaren mensen die goed weten hoe om te gaan met kinderen die stotteren. Via de NVST kunt u een geschikte stottertherapeut in de eigen omgeving vinden, een overzicht vindt u hier: www.nedverstottertherapie.nl/stotterthledenlijst.html

Wat te doen als uw kind begint te stotteren?

Als uw kind begint te haperen, laat dat dan niet te lang op z’n beloop. Vaak wachten ouders te lang, ook omdat artsen nog weleens zeggen dat het vanzelf wel overgaat.

Stotteren begint vaak in de periode tussen het tweede en het zesde levensjaar. Dit is de periode waarin spraak en taal zich snel ontwikkelen. leder kind struikelt dan wel eens over zijn woorden. De haperingen verdwijnen meestal vanzelf als een kind taal en spraak beter gaat beheersen. Toch maken sommige haperingen en andere onvloeiendheden ouders ongerust. En vaak terecht, want ouders voelen zelf goed aan wanneer er echt iets aan de hand is. De onvloeiendheden in het spreken van een kind kunnen duiden op beginnend stotteren.

Stotteren ontwikkelt zich geleidelijk

Toch is het niet zo gek dat ouders vaak lang wachten om er iets aan te doen. Stotteren is namelijk erg complex; het verandert voortdurend. Soms lijkt het verdwenen, plots duikt het weer op. En hoe langer het probleem bestaat, hoe ingewikkelder het wordt.

Haperend spreken kan stotteren worden

Misschien heeft ook uw kind moeite met spreken, herhaalt hij of zij lettergrepen, woorden, zinsdelen, of houdt klanken lang aan. Misschien komt het zelfs voor dat uw kind echt blokkeert. In al die gevallen kan uw kind ook zelf merken dat er iets niet in orde is met zijn spraak en probeert het op die moeilijkheden te reageren.

Juist hierdoor loopt het kind het risico om allerlei bijverschijnselen te ontwikkelen zoals:

  • Spanning en meebewegingen in het gezicht en/of lichaam tijdens het spreken.
  • Stijging in toonhoogte en volume om het woord eruit te krijgen.
  • Spreekangst voor een bepaald woord of bepaalde situaties. Uw kind geeft dan bijvoorbeeld aan dat hij niet goed kan praten.
  • Vermijdingsgedrag. Door de inspanning of angst kan het kind moeilijkheden gaan omzeilen. Dat kan zich uiten in het gebruik van andere woorden, een zin anders formuleren of het weglaten van informatie. Ook kan het voorkomen dat uw kind soms weigert om een antwoord te geven of iets zegt als ‘ik weet het niet’.

Hulp zoeken is nooit te vroeg

Het is belangrijk dat u hulp zoekt als u ongerust, gespannen of geïrriteerd bent over het spreken van uw kind, hoe jong dit ook is. Meestal bent u niet voor niets bezorgd. Vroegtijdig hulp inroepen is van belang, zo geeft u het onvloeiend spreken en met name alle bijverschijnselen minder tijd om in te slijpen tot gewoontes. Hoe langer een kind stottert, des te meer moeite vergt het om dit te verhelpen. Een stottertherapeut kan samen met u nagaan wat er precies aan de hand is en weet of er al dan niet hulp moet worden geboden. De stottertherapeut werkt volgens de richtlijn stotteren. Deze richtlijn is in 2014 opgesteld en gebaseerd op resultaten van wetenschappelijk onderzoek.

Als u ongerust bent over het spreken van uw kind kunt u ook een vragenlijst invullen op: www.stotteren.nl/ouders/screeningslijst-voor-stotteren-sls.html. U krijgt dan advies of extra hulp nodig is.

Wat kunt u zelf doen als uw kind stottert?

Ouders zijn niet de oorzaak van het stotteren van hun kind! Wel kunnen ze meehelpen om het voor hun kind makkelijker te maken:

  • Praat in een rustig tempo met jouw kind en neem veel spreekpauzes. Als uw kind klaar is met een zin, wacht dan een paar tellen voor u zelf reageert. Het vertragen van het eigen spreken werkt vaak stukken beter dan het geven van adviezen zoals ”praat eens rustig” of “eerst nadenken en dan praten.”
  • Wissel open vragen af met gesloten vragen, zeker als u merkt dat het geven van veel informatie inspannend is voor uw kind. In plaats van vragen te stellen, kunt u ook eenvoudig commentaar geven op wat uw kind vertelt of zijn antwoorden kort samenvatten. Zo voelt uw kind zich toch gehoord.
  • Gebruik uw gezichtsuitdrukking en hele lichaamstaal om aan uw kind te laten weten dat u luistert. Zo laat u merken dat wat uw kind te vertellen heeft uiteindelijk belangrijker is dan de manier waarop dat gebeurt.
  • Plan elke dag op een vaste tijd een moment in waarop u onverdeelde aandacht geeft aan uw kind. Dit rustmoment speciaal voor hem of haar geeft uw kind zelfvertrouwen.
  • Help alle huisgenoten bij het leren luisteren en het om de beurt spreken. Alle kinderen, maar vooral kinderen die stotteren, praten makkelijker wanneer ze niet steeds worden onderbroken.
  • Tenslotte, het allerbelangrijkste advies: Laat uw kind weten dat u van hem houdt om wie hij is. Dat u vierkant achter hem staat, of hij nu stottert of niet.

* Overal waar ‘hij’ of ‘hem’ staat vermeldt, kunt u ook ‘zij’ of ‘haar’ lezen.

Aanmelden cursus Aanmelden informatiebijeenkomst Download brochure Stel je vraag