stottertherapie Noord-BrabantRuud Is 24 jaar oud en komt uit Valkenswaard. Woont in Valkenswaard bij zijn ouders. Stottert al zo lang hij zich kan herinneren. Heeft de McGuire-cursus gedaan om de baas te worden over zijn stotteren. Werkt nu op de legerbasis in Oirschot, waar hij verantwoordelijk is voor de koffiezetautomaten. OIRSCHOT – In Nederland hebben ongeveer 170.000 mensen last van stotteren. Morgen, op Wereldstotterdag, wordt er aandacht gevraagd voor die mensen en de manieren om ermee om te leren gaan. Ruud van Meijl (24) stottert al zo lang hij zich kan herinneren, maar hij laat zich niet meer tegenhouden door zijn probleem.

Hoe begon het stotteren bij jou? „Eigenlijk ben ik op de middelbare school pas begonnen met stotteren. Op de basisschool had ik er nog nauwelijks last van, al is het wel zo dat ik pas laat begon met praten. Ik wees liever dingen aan: als ik een koekje wilde, wees ik naar de trommel. Als ik naar bed wilde, zat ik al onder aan de trap. Spreken deed ik liever niet te veel. Toen ik op de middelbare school kwam, op het Sondervick college, begon ik te stotteren. Tegenwoordig kan ik me niet meer herinneren dat ik ooit vloeiend gesproken heb.”

[adinserter block=”2″]Hoe was het leven als stotterende jongen op de middelbare school? „Ik werd erg introvert. Ik werd soms voor de gek gehouden en daarom keek ik de kat uit de boom. Ik had gelukkig wel vrienden. Dat waren jongens die normaal werden. Ik vond het vooral lastig om mezelf voor te stellen. Als ik wist dat ik me moest voorstellen stond het zweet altijd in mijn handen. Dan werd het stotteren ook erger. Stotteren is niet alleen fysiek, maar ook een mentale kwestie. En als je daarmee voor de gek gehouden wordt, word je daar niet zekerder van. Ik hield mezelf groot, maar als ik dan ’s avonds thuiskwam dacht ik terug aan de moeilijke momenten. Dat was een zware tijd. Ik was onzeker, probeerde zo min mogelijk te praten. Als ik in een restaurant was en een fanta wilde, bestelde ik een cola, in plaats van een fanta. Ik wist namelijk dat het woord ‘fanta’ een van mijn struikelwoorden was. In mijn vrije tijd ben ik scheidsrechter bij het voetbal. Daar probeerde ik ook met lichaamstaal en handgebaren duidelijk te maken wat ik wilde.”

Hoe heb je geprobeerd van het stotteren af te komen? „Ervan af komen gaat eigenlijk niet. Dat heb ik mezelf ook verteld. Ik kan hooguit oefenen. Om de dingen te kunnen zeggen die ik wil zeggen. Daarvoor heb ik eerst heel lang logopedie gehad, met wisselend succes. Mijn oma hielp me na de logopedielessen met mijn spraak. Zij is helaas in september 2011 overleden. Toen kwam ik in het vroege voorjaar van 2014 via twee vrienden van me, Ruud van den Dungen en Ad Snoeijen, in contact met Yori Eichhorn. Hij stotterde ook, en ging sinds een paar weken naar de McGuire-stottercursus. Daar hadden mijn ouders al van gehoord, via het KRO-programma ‘Sprakeloos’. Daar zag ik destijds niet veel in, maar in maart bedacht ik me: Als het helpt, helpt het. Als het niet helpt, helpt niets. Ik ben er hard voor gaan werken, maar ik had niet ten hoge verwachtingen. Nu, bijna een jaar later, is mijn spraak twee keer beter dan toen ik begon, maar ik zal nooit vloeiend spreken zoals een ander dat kan. Wat wel een groot verschil is, is dat het stotteren niet meer de baas is over mij. Ik ben nu de baas over het stotteren.”

Wat heb je daar dan precies geleerd? „Ik heb drie technieken geleerd om mee te spreken. Je kunt aan me horen dat ik soms de eerste letter van een woord herhaal, voordat ik ’m krachtiger inzet. Dat is een techniek. Een andere is het spreken met een diepe toon uit de borst. Even wat harder praten om te voorkomen dat je op een woord blijft hangen. Ook doe ik iedere ochtend twintig minuten lang ademhalingsoefeningen met mijn handen op mijn middenrif.”

En nu? „Nu werk ik sinds augustus op de kazerne in Oirschot, na drie jaar administratief werk te hebben gedaan bij het bedrijf van mijn moeder. Ik was toe aan iets nieuws. Ik spreek soms ook militairen aan, om mezelf te blijven trainen in het spreken. Ik krijg alleen maar positieve reacties. Ik vind een gesprek nu leuk om te voeren, ik maak mijn comfortzone groter. Daarnaast ga ik nog eens in de twee weken naar een zogenaamde supportgroep. Dat is een bijeenkomst van mensen die stotteren en elkaar steunen. Daar heb ik ook veel vrienden en zelfvertrouwen aan overgehouden. De barvrouw moet tegenwoordig maar even geduld hebben als ik wil bestellen.”

Uit: Eindhovens Dagblad, oktober 2014